Fabel

Vanuit de oude eik
zag vanaf een tak
de uil neer op het bos
waar net de dag aanbrak

Daar in het ochtendgloren
kwam met gezwinde spoed
de raaf met ferme vleugelslagen
de oude uil tegemoet

Al trillend op zijn poten
en de ogen vol paniek
vertelde de raaf, de uil:
‘uil, ons bos is ziek’

‘Door ’t verzuren van de bodem,
zijn bomens’ wortels aangetast.
Dat wij dit niet eerder zagen,
heeft ons zeer verrast.’

De raaf, nog buiten adem
en in verwarde staat
richtte zich tot de uil
en vroeg deze om raad

Zacht hoorden zij gegrinnik
van onder bij de stam.
Het was de vos die smalend
een kijkje nemen kwam

Zijn oor had opgevangen
Raafs’ ontboezemend betoog
en deed de twee een voorstel
dat er niet om loog

‘Nu het bos niet zelf meer ademt
en jong groen niet meer ontspruit,
laat het los en laat het sterven.
Geen dier die er naar fluit’

Vanuit de oude eik
zag vanaf een tak
de uil neer op het bos
waar nu de hel losbrak

De situatie overpeinzend
denkt de uil nog steeds diep na
over een oplossingsgerichte aanpak
ter behoud van zijn flora en fauna